TRANKIEL  GRONINGEN-JAPAN


Yume en Aeolus

Wanneer in het jaar 1811 molenmaker H.W. Dijken de achtkante koren- en pelmolen Aeolus in het dorp Farmsum oplevert, kan hij niet bevroeden dat een replica van zijn werk ooit nog eens zal verrijzen in het verre Japan.

Hoe de oplevering op zich in zijn werk is gegaan ligt in de geschiedenis verborgen. Was er bijvoorbeeld sprake van een al dan niet uitbundig feest, we kunnen er slechts naar raden. Wel mogen we aannemen dat de mensen in hun nopjes waren met de nieuwe stellingmolen op de grens tussen de vesting Delfzijl en Farmsum.
Ruim een halve eeuw later zou de naaste omgeving van de molen een grote verandering ondergaan. Na tien jaar graven beleefde het Eemskanaal dat de stad Groningen verbindt met Delfzijl er in 1876 zijn voltooiing. De Aeolus lag nu in de onmiddellijke nabijheid van de in de dijk geplaatste zeesluis.


Tot de jaren zestig werd in de molen nog volop graan gemalen, maar daarna trad spoedig een ernstig verval in. In 1972 werden de oude pelstenen afgestaan aan molen De Jonge Hendrik ( 1875 ) in Den Andel. Ze zouden nooit terugkeren. Men kan zich afvragen of dit verlies het gemeentebestuur van toen aangerekend kan worden. Had men amper twee jaar eerder namelijk besloten om de molen in stand te houden, waren deze stenen naar alle waarschijnlijkheid niet naar Den Andel verdwenen. Hoe het ook zij, in 1974 werd door de gemeente alsnog besloten om de Aeolus te restaureren en te verplaatsen naar het Borgshof in Farmsum. De plaats waar zich van 1250 tot 1811 het roemruchte Huis ter Farmsum bevond.

Hier woonden de Ripperda's wiens voorouders uit Oost Friesland stammen. Zij vestigden zich reeds voor de 14e eeuw in de Ommelanden en speelden daar een voorname rol in het bestuur. Alhoewel de naam reeds eerder voorkomt, het oudste archiefstuk dateert van 1057, wordt Unico I Ripperda toch als de formele stamvader van de invloedrijke familie gezien. In verschillende oorkonden wordt zijn naam vermeld als zijnde de Hoofdeling en Proost van Farmsum. Op het in de Farmsumer kerk aanwezig grafschrift staat vermeld dat Unico ( Uncko ) in het jaar 1400 gestorven is. Het jaar waarin voor de verdediging van de borg de hulp werd ingeroepen van een vierhonderd zeerovers!
Dat laatste was in die dagen niet echt verwonderlijk. Piraten waren alom aanwezig en maakten niet zelden de dienst uit. Wat bijvoorbeeld te zeggen van de Victualiënbroeders, aangevoerd door Klaus Störtebeker, die er in slaagden de Zweedse stad Malmö en het eiland Gotland te veroveren. Hoezeer in die roerige tijd het een soms met het ander verweven was, blijkt eveneens uit het feit dat Störtebeker aan de zijde van de Friezen meevocht tegen de Hollanders.
Op 20 oktober 1401 werd hij staande onthoofd in Hamburg.

Keizer Frederik III van het Heilige Roomse Rijk erkende in 1474 Unico II Ripperda en zijn nageslacht als rijksonmiddelbare hoofdeling en baron met muntrecht. Tweehonderd jaar later bevestigde keizer Leopold I de titel van Rijksbaron voor het hele geslacht.


In 1687 werd de borg en het omliggend terrein voor 31.000 gulden verkocht aan Ephraim van Welvelt. Uit het bij die transactie opgemaakt document krijgen we voor het eerst een beeld van het geheel. We lezen dat de borg uit het water is opgetimmerd. En verder nog dat bijvoorbeeld zowel het schathuis als de toren zich aan de zijkant bevond en dat er rondom sprake was van veel groen. Zo was er sprake van een appelhof, een grote keukenhof en 46 deimtes ( oude oppervlaktemaat, 1 deimte kon men maaien in 1 dag ) land. Tevens maakt het document melding van zaken zoals een heuse visvijver, een brouwerij, een paardenstal en singels.
In 1693 werd het aangekocht door Edzard Rengers van Tuwinga en daarmee zou het tot aan de afbraak in 1811 eigendom blijven van de familie Rengers.
Nadat de borg was afgebroken werd het gehele terrein tot op een diepte van vijf meter afgegraven, waardoor het in een kom kwam te liggen.

Aan het voormalig borgterrein, op de hoek van Molenstraat en Hoogelandsterweg, staat nu in volle glorie de molen Aeolus met zijn imposante Oudhollandse wiekenvorm en de op een stenen onderbouw geplaatste en met riet bedekte eiken achtkant. En, hoewel niet daadwerkelijk in bedrijf is de molen weer geheel maalvaardig!
Op zowel de dinsdag- als donderdagmiddag is het tussen 13.30 en 17.00 te bezichtigen.

Onder de bezoekers die tot dusver een kijkje in de molen namen, bevindt zich een niet onaanzienlijk aantal afkomstig uit het Japanse Shunan-City. Voor hun heeft het ook nog een extra gevoelswaarde, want het is een kennismaking met 'de ouder' van hun eigen Yume ( Droom ) die sinds 1995 in het mooie Mt. Eigenzan Park op de top van de berg staat.


Boven: Yume by night, foto beschikbaar gesteld door Mamoru Sasamura.
Links: Yume zoals het een folder van Shinnanyo ( Shunan-City ) sierde.


Voor meer info, zie: Molen database
Ripperda
Klaus Störtebeker


 Voor nog veel meer over Shunan City







© 2010 Trankiel